Filosofische teksten, gedichten, foto´s en schilderijen
Poëzie Agada Ammeraal

http://www.youtube.com/watch?v=pllRW9wETzw
Gezellig pleintje, zo met die rondhangende mensen.
Zou je erbij willen zitten?
En dan zeggen: kijk ik maak een filmpje
van rondzwierende blaadjes.
Okergele blaadjes in de zomer.
Mmm, ja, pronken met je prooi.
——————————————————————————————————————————————————————————————————–
Wie ist das klein, womit wir ringen,
was mit uns ringt, wie ist das grosz;
lieszen wir, ähnlicher den Dingen,
uns so vom groszen Sturm bezwingen,-
wir wurden weit und namenlos.
Rilke, Der Schauende
Agada Ammeraal leest het winnende gedicht van de Stadsbibliotheek Poëzieprijs 2011, Haarlem
Leendertzoon
Parallel aan de horizon trek je
strepen in het water,
span je lijnen tussen golfbrekers.
Je lichaam glinstert als een natte rots.
Geen rubberpak voor jou:
wij zijn van een Oud Geslacht!
Ik wacht op jou de hele nacht,
tussen vloedlijn en het mulle zand.
Kniertje telt schelpen. In maanlicht
glinsteren kwallen en krabbetjes.
Onder zeewier vinden we garnalen.
Thuis wacht een pan met kokend water.
Waar het hart is
Vrouwen kijken met lege ogen uit het busraam.
Kinderen klimmen over tassen op het bagagerek.
De hitte is een harig dier, het rijdt zuchtend
en stinkend met de bus mee.
Over de catwalk van chauffeur naar achterbank
loopt een meisje met een blote buik.
Jongens trommelen Afrikaanse ritmes op de stangen.
Twee souvenirpopjes trekken hun hoofddoek strak.
Zij praten over dingen die ik niet versta.
De mannen en vrouwen van de sociale werkplaats lachen.
De bus rijdt langs de grachten.
Water schittert als zichzelf. Boven houtskool huizen
Zwemmen kolossale vissen voor de zon langs.
Ik bewonder het licht langs de randen.
(1e prijs volwassenen, Opwijk, Belgie 2006)
Onsterfelijk
Die zomer, op reis door Rusland
ontmoetten we een 110 jaar oude bakker.
Hoe is het om zo oud te zijn?,
vroegen we nieuwsgierig.
Prachtig, antwoordde hij lachend.
Je bent beroemd, na je dood wijzen ze
naar je huis. Daar woonde een man
die 110 werd zeggen ze dan.
We bezochten de oude bakker bij het slootje
achter zijn huis. Samen met
zijn kleinkinderen dregde hij de sloot.
De kleutertjes droegen zondagskleren
en visten wieren uit het water.
Natuurlijk hielpen wij mee.
We prikten met stokken in
De zwarte aarde.
Later sprongen we samen touwtje.
Ik reeg steentjes aan het touw
om de krul er uit te halen.
(literairtijdschrift Tzum, 2002)
Het verlichte grondschip
De metro rijdt tot aan mijn tenen.
Zijn lijf bedekt met beeldschermramen,
Waarachter starende figuren mij opnemen.
Met mijn schoenneus tik ik de Onvoltooide
Op de tegels en kijk naar voetvingernageljas,
Want vreemd zijn zij in dat verlichte grondschip.
Een tijdje terug seinde je vinger morse door de tafel.
Je blik scande tacomandjeavondster.
Was ik jou toen ook zo onverwant?
Na zoveel hemelfusies?
(literair tijdschrift Tzum, 2002)
De zwarte kat
De zwarte kat slaapt in het café.
In dagen van tuindiepe uren lichtten
z´n ogen op in mijn sprookjesboek.
Zeepglad plaatje rook naar heksen,
kikkerlak en reigersinkt.
Trots paradeerde hij in te grote
laarzen langs de appelbomen.
De fonkelende ogen heeft hij behouden.
Langs de wand staan fruitmachines
als ruimteschepen.
Moeders bedienen de knoppen.
(Literair Tijdschrift Nymph No 1, 2002)
Joodse begraafplaats in Diemen
De dag is weemoedig als een oude violist.
Onder druipende takken staan generaties
enkeldiep in zompig gras.
Kinderen verschuilen zich achter granieten
stenen, een man neemt foto´s van hun ogen.
Ze kijken naar het witte huis naast het
smeedijzeren hek.
Op een muurtje ligt een sandaaltje versierd
met gouddraad.
(Literair Tijdschrift Nymph No.1, 2002)

about 1 year ago
Wat een mooie teksten. Ze roepen beelden bij me op, en Iets wat ik herinneringen zou willen noemen (die ik niet kan hebben, maar toch!)
Niet om achter elkaar te lezen, dan gaat het te vluchtig, maar eentje per keer, eentje die je heel goed leest en dan morgen de volgende.
Gefeliciteerd met je prijs!
Liefs Iris