admin

admin

This user hasn't shared any profile information

Posts by admin

De vrije ruimte

0

Een visie op de filosofische praktijk

 

De zeldzame ogenblikken van mystiek inzicht die ik heb gehad,

kwamen als ik vrij was van de wil tot slagen.

Bertrand Russell[1]

1. Een eerste afbakening

Het specifiek ‘filosofische’ van de filosofische praktijk is te vinden in het onderscheid tussen filosofie en wetenschappelijke disciplines als psychologie, antropologie, psychiatrie etc. Waarin is dit onderscheid gelegen? Filosofie is geen wetenschap in de zin dat zij een zekere, door iedereen gedeelde methode tot haar beschikking heeft om kennis te vergaren. Er is geen lineaire vooruitgang zoals in de wetenschap. In tegenstelling tot de wetenschap heeft de filosofie haar geschiedenis steeds nodig. De filosofie moet zich bezinnen op de bronnen van de op dat moment heersende ideeën (men zou paradoxaal kunnen spreken van een ‘cyclische vooruitgang’). Niet alleen haar inhoud maar ook haar methode en uitgangspunten staan voortdurend ter discussie. Toch tracht filosofie kennis of wijsheid te bereiken, tracht zij de wereld en de mens te begrijpen en is ze in die zin verwant aan de wetenschap. Evenals de wetenschap is zij gebaseerd op ervaring, maar niet op de methodisch afgekaderde ervaring van een experimentele situatie, op de ‘empirie’. Zij is gebaseerd op de doorleefde ‘globale’ ervaring van de mens in relatie tot een deels bekende en deels onbekende wereld in hem en buiten hem. Filosofie is een beschouwelijkheid die met behulp van intuïtie, redenering en analyse de ervaring van het mens zijn onder woorden tracht te brengen.

                De filosofische praktijk komt voort uit de behoefte de vruchten van deze beschouwelijkheid in te zetten voor het geestelijk welzijn en is primair een beredeneerde vorm van levensbeschouwing. Het gaat in de filosofische praktijk primair om bezinning op het (individuele) leven van de cliënt, op positieve en negatieve ervaringen die hij/zij opgedaan heeft en op de levensbeschouwelijke of ethische vragen die die ervaringen oproepen. Men kan daarbij denken aan vragen als: Wie ben ik?, Waarom ben ik ongelukkig? Welke keuze moet ik in deze situatie maken? Hoe moet ik aankijken tegen de dood? Moet ik deze relatie beëindigen of niet? Bestaat God? Wat is liefde? Hoe ver gaat mijn verantwoordelijkheid voor anderen? Etc. Etc. (more…)

Oerlicht

0

Het opene onder het juk van het idee

0
Over Heideggers verhouding tot Plato  
Platons Lehre von der “Wahrheit” ist daher nichts Vergangenes. Sie ist geschichtliche   ‘Gegenwart‘,…[1]
 

1. De ideeënleer en het idee van het Goede

Plato wordt een metafysisch dualist genoemd. Hij maakte onderscheid tussen twee werelden. Enerzijds leven we in de alledaagse wereld van tijd en ruimte, van materiële dingen en verschijnselen, van ontstaan, bestaan en vergaan. Anderzijds is er een wereld die niet aan verandering onderhevig is, een eeuwige, bovenzintuiglijke wereld, waartoe we geen toegang verkrijgen met onze waarneming. Alleen in het filosofische denken kunnen we er kennis over verkrijgen. Zij bevat de eeuwige, onveranderlijke en perfecte originelen van de alledaagse dingen en verschijnselen. Ze liggen ten grondslag aan en zijn de oervormen van de alledaagse wereld van verschijnselen en geven deze structuur, orde en vorm. Deze originelen noemt Plato ideeën. Dit zijn niet ideeën in een moderne betekenis, dat wil zeggen, begrippen en visies die uit de menselijke geest opkomen en rondzwerven, maar liggen aan de menselijke gedachten ten grondslag. Op het eerste gezicht lijkt het willekeurig om een dergelijke ideeënwereld te poneren. Toch zijn er filosofisch relevante redenen voor. (more…)

Aarde

0

R001-015_0001

Fabriek

0

028

Open plek

0

R001-005

Alle lust wil eeuwigheid

0

Over het nihilisme en de overwinning ervan bij Nietzsche

1. De dood van God

Een belangrijk aspect van het denken van Kant is dat het de onmogelijkheid van een rationele theologie liet zien. Het menselijk denken vormt in zichzelf het idee van een transcendente eenheid en alomvattende realiteit die aan de wereld ten grondslag ligt. Deze realiteit is eeuwig, almachtig, alwetend, etc. en is transcendent: zij behoort niet tot de tijdruimtelijke ervaringswereld maar gaat daar (onto-)logisch aan vooraf. Kant laat zien dat het menselijk denken weliswaar noodzakelijk een dergelijk idee vormt, maar dat er geen waarborg is dat die realiteit ook buiten dat denken bestaat. Hij laat zien dat de traditionele godsbewijzen, die ontwikkeld zijn in de Middeleeuwen en ook daarna nog serieus genomen werden door denkers als Descartes, Spinoza en Leibniz, niet juist zijn in de zin dat ze geen logische bewijskracht hebben. Het bestaan van God, van een eeuwige eenheid achter de vergankelijke tijdruimtelijke verschijnselen, kan niet rationeel gefundeerd worden.

            Tegelijk echter stelt Kant dat het tegendeel, de atheïstische stelling dat God niet bestaat, evenmin bewezen kan worden. Weliswaar kan ik niet weten dat God bestaat, ik kan het wel geloven. Kant zelf achtte de aanname dat God bestaat noodzakelijk in verband met de ethiek: er moet voor degene die zich gedurende zijn leven ethisch gedraagt een beloning zijn ten opzichte van degene die dat niet doet. God wordt als het ware bewezen door de eis van ons rechtvaardigheidsgevoel dat goede mensen uiteindelijk ook zelf het goede verdienen en slechte mensen niet. Aan dit gevoel kan alleen tegemoet gekomen worden door een rechtvaardige God want in de aardse werkelijkheid is deze beloning (meestal) niet te verkrijgen.

            Nietzsche vindt Kant’s theoretisch agnosticisme en morele godsbevestiging lang niet ver genoeg gaan. Nietzsche stelt dat de gehele westerse filosofie vanaf Plato gevangen is in een tweewereldenleer: enerzijds een schijnbare werkelijkheid van wording, veelheid, vergankelijkheid, beperking, voorwaardelijkheid en anderzijds een ware wereld van zijn, eenheid, bestendigheid, eeuwigheid en oneindigheid. Bij Kant wordt dit schema volgens Nietzsche niet radicaal genoeg gebroken.  Hij probeert niet, zoals Kant, de rationele bewijzen voor die ware wereld te ontkrachten, maar probeert te laten zien dat die ware wereld niets anders is dan een psychologische projectie van onze verlangens. Er is geen eenheid, maar wij verlangen naar eenheid, er is geen uiteindelijk doel van ons leven, maar wij verlangen naar een dergelijk doel, er is geen zijn, maar wij verlangen naar de rust van bestendigheid. De ware wereld van platoonse filosofie en godsdienst is getimmerd uit onze verlangens en uit de tegenspraak tussen die verlangens en de aard van de aardse werkelijkheid.  (more…)

winter II

0

014e

winter

0

028b

Het Ene in de presocratische filosofie

1

 

Naar aanleiding van Anaximander, Heraclitus en Parmenides

 

In het onderstaande wordt een inleiding gegeven in de presocratische filosofie. Deze inleiding beoogt geen historische volledigheid of filologische adequaatheid. Zij beoogt een mee- en verder denken met een aantal gedachten, die opkomen bij lezing van drie vroege filosofen: Anaximander, Heraclitus en Parmenides. (more…)

Kant’s Kritiek van de zuivere rede, een inleiding

0
 

Wij mensen worden door vragen lastig gevallen die wij niet kunnen afwijzen omdat ze voortkomen uit de aard van ons denken. Tegelijk kan dat denken die vragen niet beantwoorden omdat ze de vermogens ervan overstijgen.  (Kant, Kritiek van de zuivere rede, AVII). (more…)

Vogelverschrikker II

0

003b

Avond

0

023bb

Bomen

0

063

Stilleven

0

T002-011_0001b_edited

Vogelverschrikker I

0

007bc

Zee

0

R004-031

Schemering

0

T001-016_0001

Boerensloot

0

T001-015_0001

Ruimte

0

T001-003_0001

admin's RSS Feed
Go to Top